| |

Juridische onhoudbaarheid afschaffing aftrek specifieke zorgkosten

1. Inleiding

De voorgenomen afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten is juridisch onhoudbaar voor zover daarmee mensen met een chronische ziekte, beperking of structurele zorgbehoefte onevenredig worden getroffen. Deze regeling compenseert immers kosten die rechtstreeks samenhangen met ziekte of handicap en die anderen niet hoeven te dragen. Volledige afschaffing zonder volwaardige, toegankelijke en individuele compensatie miskent daarom het beginsel van materiële gelijkheid, het verbod van discriminatie, het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het standstill-beginsel.

2. Strijd met internationale verdragsverplichtingen

Daarmee komt de maatregel op gespannen voet te staan met internationale verdragsverplichtingen, waaronder het EVRM, het IVBPR, het IVESCR, het VN-verdrag Handicap, het Europees Sociaal Handvest en de daarop gebaseerde jurisprudentie. Deze verdragen verplichten de Staat niet alleen tot formele gelijke behandeling, maar ook tot daadwerkelijke bescherming van kwetsbare groepen tegen maatregelen die in de praktijk discriminerend uitwerken.

3. Schending van het standstill-beginsel

Daarbij geldt in het bijzonder het standstill-beginsel. Dit beginsel brengt mee dat bestaande sociale en fiscale beschermingsniveaus voor kwetsbare groepen niet zonder zwaarwegende rechtvaardiging mogen worden verlaagd, zeker niet wanneer de betrokken voorziening strekt tot compensatie van handicap- of ziektegerelateerde meerkosten. Een eenmaal gerealiseerd niveau van bescherming mag niet willekeurig of louter om budgettaire of administratieve redenen worden afgebouwd wanneer dit leidt tot een feitelijke verslechtering van de rechtspositie, bestaanszekerheid en maatschappelijke participatie van mensen met een beperking of chronische ziekte.

4. Doel en functie van de aftrek specifieke zorgkosten

De aftrek specifieke zorgkosten heeft juist tot doel om rekening te houden met noodzakelijke meerkosten die voortvloeien uit ziekte, handicap of chronische aandoeningen. Het gaat niet om gewone consumptieve uitgaven, maar om kosten die mensen maken omdat zij door hun medische situatie, beperking of zorgbehoefte in een structureel andere positie verkeren dan gezonde belastingplichtigen. Het afschaffen van deze regeling zonder volwaardig alternatief leidt daarom tot een ongelijke behandeling van ongelijke gevallen. Mensen met aantoonbare zorgkosten worden dan fiscaal behandeld alsof zij zich in dezelfde positie bevinden als mensen zonder dergelijke kosten, terwijl dat feitelijk niet zo is.

5. Tegemoetkoming specifieke zorgkosten is geen gelijkwaardig alternatief

De tegemoetkoming specifieke zorgkosten kan niet worden aangemerkt als een gelijkwaardig alternatief voor de aftrek specifieke zorgkosten. De tegemoetkoming heeft een ander karakter, een beperktere werking en biedt geen volledige individuele compensatie voor daadwerkelijk gemaakte handicap- of ziektegerelateerde meerkosten. Waar de aftrek specifieke zorgkosten aansluit bij concrete, aantoonbare kosten, is de tegemoetkoming afhankelijk van een afzonderlijke systematiek en biedt zij geen garantie dat de financiële gevolgen van het wegvallen van de aftrek volledig worden gecompenseerd. Daarmee kan de tegemoetkoming de beschermende functie van de aftrekregeling niet vervangen.

6. Negatieve doorwerking op toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen

Daar komt bij dat de afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten niet alleen gevolgen heeft voor de inkomstenbelasting zelf. Door het wegvallen van de aftrek stijgt het verzamelinkomen en daarmee in veel gevallen ook het toetsingsinkomen dat wordt gebruikt voor andere inkomensafhankelijke overheidsregelingen, zoals toeslagen. Dit kan ertoe leiden dat mensen met hoge zorgkosten niet alleen hun fiscale aftrek verliezen, maar daarnaast ook minder recht krijgen op zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget of andere inkomensafhankelijke voorzieningen. De maatregel werkt daardoor cumulatief nadelig uit: eerst wordt de compensatie voor noodzakelijke zorgkosten geschrapt, vervolgens wordt dezelfde groep via een hoger toetsingsinkomen geraakt in andere regelingen.

7. Cumulatieve verslechtering van de inkomenspositie

Deze doorwerking maakt de maatregel extra problematisch. Het gaat niet om een geïsoleerde fiscale wijziging, maar om een maatregel die de toegang tot meerdere overheidsregelingen kan beperken. Daarmee wordt de feitelijke inkomenspositie van mensen met een beperking, chronische ziekte of structurele zorgbehoefte verder verslechterd. Juist deze groep is vaker afhankelijk van inkomensondersteuning en heeft minder ruimte om financiële tegenvallers op te vangen. Wanneer de overheid deze negatieve doorwerking kent of behoort te kennen, moet zij die gevolgen volledig betrekken bij de evenredigheidstoets en bij de beoordeling of sprake is van indirecte discriminatie.

8. Ingeboekte besparing kan geen rechtvaardiging vormen

Dat deze besparing bovendien al is ingeboekt, maakt de juridische kwetsbaarheid nog groter. Wanneer de overheid vooruitloopt op de afschaffing door de opbrengst daarvan alvast budgettair te verwerken, zonder dat voldoende is gewaarborgd dat getroffen burgers gelijkwaardig worden gecompenseerd, wordt de indruk gewekt dat het financiële doel vooropstaat en niet de bescherming van grondrechten. Een ingeboekte besparing kan echter geen rechtvaardiging vormen voor een maatregel die leidt tot indirecte discriminatie, aantasting van bestaanszekerheid en verlaging van het bestaande beschermingsniveau. Budgettaire planning kan verdragsrechtelijke verplichtingen niet opzijzetten.

9. Budgettaire en administratieve argumenten zijn onvoldoende

Dat de regeling volgens de overheid complex of uitvoeringslastig zou zijn, kan een dergelijke inbreuk evenmin zelfstandig rechtvaardigen. Budgettaire of administratieve argumenten ontslaan de Staat niet van de plicht om bestaande rechtsbescherming, verworven rechtszekerheid en noodzakelijke compensatie voor handicapgerelateerde meerkosten te waarborgen. Juist wanneer een maatregel een kwetsbare groep raakt, rust op de Staat een verzwaarde motiveringsplicht. De overheid zal concreet moeten aantonen dat de maatregel noodzakelijk, geschikt en evenredig is, en dat minder ingrijpende alternatieven onvoldoende zijn. Zonder die toetsing is afschaffing juridisch kwetsbaar.

10. Aantasting van bestaanszekerheid en maatschappelijke participatie

De afschaffing raakt bovendien aan de bestaanszekerheid van mensen met een beperking, chronische ziekte of langdurige zorgbehoefte. Voor deze groep zijn zorgkosten vaak niet incidenteel, maar structureel en onvermijdbaar. Het verlies van fiscale compensatie betekent dan geen neutrale wijziging van het belastingstelsel, maar een daadwerkelijke inkomensachteruitgang voor mensen die juist al te maken hebben met hogere lasten en vaak beperkte verdiencapaciteit. Door de verhoging van het verzamelinkomen en toetsingsinkomen kan deze inkomensachteruitgang bovendien worden versterkt door verlies of verlaging van toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Een dergelijke maatregel kan daarom niet los worden gezien van de bredere verplichting van de Staat om bestaanszekerheid, menselijke waardigheid en maatschappelijke participatie te beschermen.

11. Juridisch stranden zonder volwaardig alternatief

Dit betekent dat het voornemen om de aftrek specifieke zorgkosten af te schaffen juridisch zal stranden wanneer geen volwaardig, individueel toereikend en toegankelijk alternatief wordt geboden. De tegemoetkoming specifieke zorgkosten kan die rol niet vervullen, omdat zij geen gelijkwaardige compensatie biedt voor daadwerkelijk gemaakte handicap- en ziektegerelateerde meerkosten en bovendien niet zonder meer voorkomt dat het verzamelinkomen of toetsingsinkomen stijgt, waardoor aanspraken op andere regelingen kunnen dalen.

12. Samenhang met andere juridisch kwetsbare maatregelen

Daarmee staat dit voornemen niet op zichzelf. Het past in een bredere lijn van maatregelen waarbij bestaande beschermingsniveaus voor mensen met een beperking, chronische ziekte of arbeidsongeschiktheid worden verlaagd of uitgehold. Ook het voornemen om de samenvoegbepaling af te schaffen en het maximumdagloon te verlagen stuit op dezelfde juridische bezwaren. Deze maatregelen leiden eveneens tot een verslechtering van de rechtspositie en inkomensbescherming van kwetsbare groepen, zonder dat daarvoor een toereikende verdragsrechtelijke rechtvaardiging bestaat.

13. Verband met het initiatief van AKclaim.nl

Het initiatief van AKclaim.nl om de voor arbeidsongeschikten discriminerende arbeidskorting aan te pakken, is op dezelfde juridische beginselen gebaseerd. Ook daar gaat het om een regeling die formeel neutraal lijkt, maar in de praktijk een groep met een beperking of arbeidsongeschiktheid structureel benadeelt. De kern is telkens dat de overheid geen fiscale of sociale regelingen mag handhaven of invoeren die kwetsbare groepen indirect uitsluiten, benadelen of hun bestaanszekerheid aantasten zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging.

14. Juridische weerstand is mogelijk

AKclaim.nl laat daarmee zien dat juridische weerstand mogelijk is tegen regelingen die arbeidsongeschikten ongelijk behandelen of bestaande bescherming uithollen. Het beroep op het discriminatieverbod, materiële gelijkheid, rechtszekerheid, evenredigheid en het standstill-beginsel biedt een samenhangend juridisch kader om dergelijke maatregelen aan te vechten. Dat geldt zowel voor de arbeidskorting als voor de afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten, de afschaffing van de samenvoegbepaling en de verlaging van het maximumdagloon.

15. Conclusie

Gelet op het discriminatieverbod, het beginsel van materiële gelijkheid, het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het standstill-beginsel, in samenhang met onder meer het EVRM, het IVBPR, het IVESCR, het VN-verdrag Handicap en het Europees Sociaal Handvest, zijn deze voornemens juridisch onhoudbaar. Zonder individuele toetsing, deugdelijke overgangsregeling, daadwerkelijk gelijkwaardige compensatie en volledige beoordeling van de doorwerking op toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen, zullen zij naar verwachting stranden wegens strijd met nationale en internationale rechtsnormen.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *